Ondersteuning

Ondersteuning

Om leerlingen de juiste vorm van begeleiding te geven hebben we specialisten op de verschillende terreinen:

Specialisten

voor wie

A.

Peermentoren

Brugklassen

B.Mentoraat

Alle klassen

C.Plusmentoren

Alle klassen

D.Decanaat oriëntatie op studie en beroep

3e t/m 6e klas

E.Counselors

Alle leerlingen

F.Dyslexie en remedial teaching

Leerlingen uit de onderbouw

G.NT2

Leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond

H.Faalangstreductietraining

Leerlingen uit de onderbouw en examenleerlingen   (H+I=Zelfietraining)

I.Sociale vaardigheidstraining

Brugklasleerlingen

J.

Vertrouwenspersoon

Alle leerlingen

K.

ZorgcoördinatorAlle leerlingen
L.Begeleiders passend onderwijs

Alle leerlingen

M.Begaafdheidsmentor

Alle leerlingen

Peermentoren

In de brugklas worden de leerlingen, behalve door de mentor en de afdelingsleider, begeleid door twee peermentoren per klas. Peermentoren (peergroupmentors) zijn leerlingen uit de vierde klas die de brugklassers helpen bij het wennen op het KKC. Ze zijn aanspreekpunt voor de nieuwe leerlingen en assisteren de mentor. Ook zijn zij aanwezig op de introductiedagen, het brugklaskamp, Sinterklaas- en Kerstfeest, projecten en andere gelegenheden die zich in de eerste klas voordoen. Tijdens open dagen (werving van nieuwe leerlingen) zijn de peermentoren ook actief. Zij vormen een belangrijke schakel op bijvoorbeeld de open middagen.

Mentoraat

Iedere klas heeft een docent als mentor. De mentor zorgt er samen met de afdelingsleider voor dat het schooljaar voor een klas goed verloopt. De mentoren doen hun best om met leerlingen en ouders een zo goed mogelijk contact op te bouwen. De studielessen (voor de havo- en atheneumbrugklassen anderhalf uur en voor de gymnasiumbrugklassen één uur per week) worden door de mentor gegeven. Vooral onze jongste leerlingen krijgen van de mentor zeer veel aandacht, omdat de leerlingen na de basisschool moeten wennen aan een nieuwe groep leeftijdgenoten, nieuwe vakken, nieuwe docenten en aan een andere omgeving. Het is om die reden dat de mentor samen met haar/zijn brugklas nog vóór het begin van het nieuwe schooljaar een introductieprogramma doorloopt. Al heel vroeg in het schooljaar gaan de nieuwe leerlingen met hun mentor op brugklaskamp om elkaar snel te leren kennen. De havo-klassen en de havo/atheneum-brugklassen hebben niet één maar twee mentoren, die kunnen sparren en doordat ze samen zijn, is er meestal één beschikbaar.

Wij vinden het belangrijk om in de eerste periode van het schooljaar de brugklassen een vast lokaal te geven, helaas is dat dit jaar niet mogelijk in de tijdelijke huisvesting.

Een belangrijke pijler bij onze studielesmethode is het ‘leren studeren’. Leerlingen worden geholpen om hun huiswerk per vak in een vaste volgorde te leren en te maken. Er wordt rekening gehouden met verschillen in ‘leerstijl’ onder leerlingen. Door samen en individueel te oefenen maken leerlingen zich deze methodiek eigen. Ook speelt de ‘begeleiding van de klas als groep’ bij de studielessen een belangrijke rol. Dit om een prettig klimaat te bevorderen.

In de hogere klassen is een mentor ook verantwoordelijk voor de leerlingbegeleiding. Samen met de afdelingsleider vormen de mentoren het begeleidingsteam. In 3 havo en 3 vwo is de begeleiding onder andere gericht op het samenstellen van het profiel en de overige eindexamenvakken. Activiteiten als beroepenvoorlichting en studielessen en het afnemen van een beroepeninteressetest komen daarbij aan bod. Ook in de hogere klassen blijft de aandacht van de mentoren erop gericht dat de leerlingen zich prettig voelen op school en goede resultaten behalen.

In 5 vwo stromen ieder jaar leerlingen met een havodiploma in. Dat maakt een doelgerichte en intensieve begeleiding voor deze leerlingen noodzakelijk.

Plusmentor

Onze school heeft een aantal leerlingen met een ASS-indicatie (Autisme Spectrum Stoornissen). De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de leerlingen met een ASS- indicatie gebaat zijn bij extra ondersteuning. Omdat deze ondersteuning hun jaarlaag overstijgt, kent het KKC plusmentoren. De plusmentor kent de leerling, zijn/haar functioneren en neemt deze kennis mee naar het volgende leerjaar en naar de nieuwe mentor en vakdocenten. In de bovenbouw vraagt een vak als literatuur en de invulling van het profielwerkstuk om extra begeleiding door een plusmentor.

Taken en verantwoordelijkheden:

  • Aanspreekpunt binnen de school voor de aangewezen leerlingen.
  • Heeft bij voorkeur één keer per drie weken een voortgangsgesprek per leerling.
  • Heeft één keer per periode een evaluatie met leerling en mentor.
  • Informeert het docententeam geregeld over het functioneren van de leerling, is op de hoogte van eventuele moeilijkheden die de docent ervaart en de eventuele problemen bij de leerling.
  • Houdt in Magister incidenten en interventies bij.
  • Houdt mentor, begeleider passend onderwijs en afdelingsleider op de hoogte van eventuele problemen.
  • De plusmentor verzorgt de overdracht van deze specifieke leerling naar de nieuwe mentor.

Decanaat

Het schooldecanaat is het onderdeel van de leerlingbegeleiding dat zich bezighoudt met de loopbaanoriëntatie van leerlingen. Het stelt zich ten doel om leerlingen te begeleiden bij profiel-, studie- en beroepskeuze en het verstrekken van informatie hierover.

Loopbaanoriëntatie-begeleiding van de leerlingen gebeurt in nauwe samenwerking met de mentoren. Dit geldt zowel voor de samenstelling van het profiel en de vakken in de ‘vrije’ ruimte in het 3e leerjaar als voor de studie- en beroepskeuze in de bovenbouw havo en vwo. Het verstrekken van informatie gebeurt individueel en in groepsverband over alle vormen van vervolgonderwijs, over studiefinanciering et cetera. 

Het decanaat werkt met een eigen website waar leerlingen en ouders informatie kunnen vinden over het proces en waar zij contact kunnen opnemen met de decanen: www.decanaatkkc.org

Decanen loopbaanoriëntatie:
dhr. R. Mobron 
dhr. J. Mors

    Counselors

    In het zorgteam van het KKC zitten twee schoolcounselors. Zij begeleiden leerlingen voor een korte, afgebakende periode, als zij om uiteenlopende redenen zijn vastgelopen. Denk hierbij aan motivatieproblemen, planningsproblemen, onveilig gevoel thuis of op school, problemen met concentratie of als een leerling een luisterend oor nodig heeft. 

    De counselor houdt nauw contact met de mentor en indien nodig of gewenst met externe instanties. Soms blijkt dat een leerling méér nodig heeft. Dan zal de counselor in overleg met ouders advies geven over doorverwijzing. 

    Counselors:

    mw. C. van der Honing 
    mw. T. van Loon

    Dyslexie en remedial teaching

    Met een geldige dyslexieverklaring komen de leerlingen in aanmerking voor speciale faciliteiten. Ze krijgen extra tijd bij proefwerken en onderbouwleerlingen maken het proefwerk in een apart lokaal (een schriftelijke overhoring maakt de leerling in eigen lokaal). Het behoort voor leerlingen met een dyslexieverklaring tot de mogelijkheid om de toets op een laptop te maken, dat wordt per leerling bekeken. In ons dyslexieprotocol, onder documenten, staat nog meer uitgelegd. Leerlingen met zeer ernstige taalleerproblemen uit klas 1, 2 en 3 hebben recht op remedial teaching-hulples. Deze begeleiding vindt plaats in kleine groepen tijdens de hulplesuren voor de brugklas en KWT-uren voor 2 en 3 havo. De remedial teacher volgt de leerling en aan het eind van elke lesperiode adviseert de remedial teacher de leerling én afdelingsleider welke hulp op dat moment het best bij de leerling past. Alleen de dyslectische leerlingen die het nodig hebben volgen Remedial Teaching hulplessen. In de derde periode kan een enkele zeer zwakke speller/lezer uit de brugklas die moeite heeft met de vreemde talen ook in de RT-hulples worden geplaatst. In klas 1, 2 en 3 werken zij net als de dyslectische leerlingen aan spelling, woordenschat en grammatica voor een (vreemde) taal of Nederlands en aan lezen en samenvatten voor geschiedenis en aardrijkskunde.

    Remedial teachers:
    mw. M. Nobelen 
    mw. N. Boom

    Protocollen
    Protocol Dyslexie 2021-2022

    NT2

    Voor leerlingen die niet in Nederland zijn geboren en/of thuis een andere taal spreken, verzorgt de school hulplessen Nederlands als tweede taal. Deze lessen zijn kosteloos en worden buiten het rooster om gegeven.

    Docent NT2:
    mw. I. Peters

    Faalangst-reductietraining + sociale vaardigheidstraining = zelfietraining

    Voor leerlingen die als gevolg van faalangst onderpresteren, een faalangstreductietraining. Voor die leerlingen die weinig weerbaar zijn bestaat de mogelijkheid een sociale vaardigheidstraining te volgen. Voor deze trainingen werken wij samen met Altra.

    Het doel hiervan is het versterken van competenties, onder andere de sociale vaardigheden, het vergroten van gedragsalternatieven, inzicht en zelfredzaamheid. Deze twee cursussen zijn in elkaar geschoven tot de “Zelfietraining”.

    Wij nemen voorafgaand aan deze training bij alle brugklasleerlingen een SAQI-test af. Er zijn speciale ouderavonden over dit onderwerp.

    Trainers:
    dhr. J. Pathuis
    mw. K. van Veen
    mw. L. Ponjee

    Vertrouwenspersoon

    Leerlingen die te maken krijgen met seksuele intimidatie, discriminatie, agressie of pesten kunnen zich wenden tot de vertrouwenspersoon (zie voor meer informatie de Klachtenregeling op onze website).

    De vertrouwenspersonen op school zijn:
    mw. M. van Hove
    dhr. G. Pielage

    Tevens heeft de Stichting Keizer Karel een externe vertrouwenspersoon: mevrouw B. Hes, te bereiken via bernadettehes@gmail.com

    Daarnaast is het Keizer Karel College aangesloten bij de Geschillencommissie Bijzonder Onderwijs.

    Internet: www.gcbo.nl
    E-mail: info@gcbo.nl

    Zorgcoördinaat

    Het zorgcoördinaat biedt leerlingen die dat nodig hebben extra hulp. De afdelingsleider of mentor meldt een leerling aan bij het zorgteam. De zorgcoördinator bepaalt vervolgens in overleg met de afdelingsleiders welke interne of externe instanties ingeschakeld worden. Binnen de school werken counselors, schoolmaatschappelijk werk en begeleiders passend onderwijs in de trajectvoorziening. De intern geboden zorg is van tijdelijke duur en vooral gericht op het functioneren op school en in de klas. Daarnaast onderhoudt het zorgcoördinaat contacten met externe hulpverleners. Wanneer daar aanleiding toe is wordt een leerling besproken in het ZAT (zorgadviesteam). Hieraan nemen deel: de leerplichtambtenaar, de schoolmaatschappelijk werker, de jeugdarts, de counselors en de zorgcoördinator van het KKC, en een afdelingsleider. 

    Zorgcoördinator:
    mw. C. van der Honing

    Begeleiders passend onderwijs

    Met ingang van 1 augustus 2014 is de wet Passend Onderwijs in werking getreden. Deze houdt in dat alle leerlingen geplaatst worden op een school voor regulier voortgezet onderwijs, passend bij het cognitieve vermogen van de leerling, op basis van het advies van de basisschool. Leerlingen met een onderwijs- ondersteuningsbehoefte kunnen gebruik maken van de trajectvoorziening. Hier kunnen zij op tijdelijke basis in een wat kleinere setting hun schoolwerk doen. In deze trajectvoorziening is altijd een begeleiding op sociaal-emotioneel gebied aanwezig om de leerlingen ondersteuning te bieden. Het doel van deze extra ondersteuning is om ook deze (zorg)leerlingen een havo- of vwo-diploma te kunnen laten behalen.

    Voor verdere info rond passend onderwijs verwijzen wij naar het onderstaande Schoolondersteuningsplan. 

    Begeleider Passend Onderwijs zijn:
    mw. L. Buts en mw. R. Schijfsma

    Ondersteuner begeleider passend onderwijs: 
    mw. S. Termaat

    Begeleiding
    Schoolondersteuningsplan 2021 - 2022

    Begaafdheidsmentor

    Een aanzienlijk aantal leerlingen op het KKC is meer- of hoogbegaafd. Een groot deel van hen functioneert zonder ondersteuning prima, een deel heeft meer uitdaging nodig, voelt zich onbegrepen of komt niet (meer) tot ontwikkeling. Een begaafdheidsmentor kan deze leerlingen ondersteunen. Hierbij is aandacht voor welbevinden, groei en resultaten. De begaafdheidsmentor herkent de problemen waar (hoog)begaafde leerlingen mee kunnen kampen.

    Klik hier voor meer informatie over het lidmaatschap van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen.

    De begaafdheidsmentor:

    • Heeft een coördinerende rol bij de begeleiding en is aanspreekpunt voor leerling, ouders en docenten, in overleg met de mentor.
    • Voert voortgangsgesprekken met de leerling.
    • Geeft voorlichting aan mentoren en docenten in geval van bijzonderheden.
    • Heeft de mogelijkheid in overleg met de mentor en afdelingsleider aanpassingen in het programma van de leerling door te voeren, denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om lessen te mogen missen om aan een eigen project te werken.

    Het Expertteam Begaafdheid is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid rond meer- en hoogbegaafdheid, waaronder de begaafdheidsmentoren, en is bereikbaar via: begaafdheid@keizerkarelcollege.nl

    Expertteam Begaafdheid:
    mw. drs. A. Drost
    mw. L. Jansen
    mw. S. Termaat
    dhr. J. Wilschut